Izaak Morel
- Geboren: 19 Nov 1831, Amsterdam
- Huwelijk (1): Alida Dorothea Rooseboom op 23 Apr 1863 in Amsterdam 1
- Overleden: 2 Apr 1884, Ommerschans op 52-jarige leeftijd 2
- Begraven: 3 Apr 1884, Begraafplaats Maatschappij van Weldadigheid, Balkerweg 75, Ommerschans.
Algemene notities:
In de huwelijksakte staat de bruidegom vermeld als boekbinder. Zijn vader is diamantzetter.
Izaak Morel, geboren op 19 november 1831 te Amsterdam, wonende te Amsterdam, wijk C, Staalstraat 8. Izaak Morel, geboren op 19 november 1831 te Amsterdam, wonende te Amsterdam, wijk G, Korte Lijnbaansteeg 3. Instelling: Buitengasthuis Afdeling: Mannen Zieken
Op 2 april 1884 verschenen voor de Burgerlijke Stand van Ommen, Aart Daniel Schut en Jan Vriesema, beiden opzichters van het gesticht Ommerschans om aangifte te doen van het overlijden van Izaak Morel. Hij werd begraven op de begraafplaats Maatschappij van Weldadigheid in Ommerschans. Graf id-nummer: 1393922 Begraafplaatsnr.:724
Bedelaarskolonie de Ommerschans kwam voort uit een initiatief van generaal Johannes van den Bosch (1780-1844). Hij richtte in 1818 de Maatschappij van Weldadigheid op, om de armoedige volksklasse van Nederland te helpen door "arbeid, onderwijs en onderhoud te verstrekken en hen tot hogere beschaving, verlichting en weldadigheid op te heffen". Hij stichtte landbouwkoloniën in afgelegen gebieden in Oost-Nederland om armen te werk te stellen. Voor de probleemgevallen afkomstig uit de zogenoemde vrije kolonies richtte de Maatschappij in 1819 een strafkolonie in bij de voormalige Ommerschans, in 1822 gevolgd door Veenhuizen. Daarnaast werd in de Ommerschans in 1820 een bedelaarsgesticht geopend in de vorm van een kazerne van 120 bij 120 meter. Het immense gebouw bood plaats aan duizend kolonisten, waarbij (al dan niet getrouwde) mannen en vrouwen strikt van elkaar gescheiden werden. Later breidde de Ommerschans uit tot 2.000 bewoners. De paupers konden door hard te werken hun vrijheid terugverdienen. Ze ontgonnen het land, dat vervolgens aan succesvolle kolonisten uit de vrije koloniën in pacht werd gegeven. Zo kwamen er zeventien boerenbedrijven in de omgeving tot stand. Naast ontginningswerkzaamheden was er fabrieksarbeid te verrichten. De Ommerschans telde onder meer een spinnerij, kleermakerij, schoenmakerij, touwslagerij en manden- en klompenmakerij.
De erbarmelijke situatie was de Maatschappij van Weldadigheid slechts ten dele aan te rekenen. Lokale overheden en regionale tuchthuizen stuurden massaal invalide bewoners naar Ommen, die niet in staat waren te werken. Vanaf 1827 gold de Ommerschans formeel ook als verpleeginstelling. Meer dan 60% van de populatie was (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt. De Ommerschans werd een vergaarbak voor iedereen die in de samenleving niet kon meekomen. Voor de vrijgelaten bewoners was er intussen weinig perspectief op werk en inkomen, zodat velen na verloop van tijd terugkeerden. Uiteindelijk nam het Rijk in 1859, na aanhoudende financiële problemen, het beheer van de Maatschappij van Weldadigheid over. De kolonie werd in 1890 definitief ontmanteld. Aan de rand van het gebied ging men met een opvoedingsgesticht voor ontspoorde jongens verder, een voorloper van de huidige TBS-instelling Veldzicht in Balkbrug. Ironisch genoeg is het kerkhof vrijwel het enige wat van de Ommerschans resteert. Hier liggen ruim 5.400 kolonisten onder vermelding van hun registratienummer begraven. De dodenakker vormt het tastbare bewijs dat de experimentele bedelaarskolonie op een mislukking was uitgelopen. 3
Izaak trouwde met Alida Dorothea Rooseboom, dochter van Gerhardus Wilhelm Rooseboom en Elizabeth Broekhoff, op 23 Apr 1863 in Amsterdam.1 (Alida Dorothea Rooseboom werd geboren op 9 Sep 1832 in Amsterdam en overleed op 1 Mrt 1914 in Haarlem 4.)
|